het grote boekexperiment

Groepsbewustzijn maakt ons onsterfelijk

ErikWeekersDe kronkelende rups

Vanuit helikopterperspectief lijkt het één lange, kronkelende, harige, bruine rups. Een rups die beweegt, maar ook in grootte varieert. Ze lijkt uit te zetten, in te krimpen en ze rekt zich herhaaldelijk uit. Als de cameralens van de natuurbioloog stilaan inzoomt, wordt duidelijk dat ik me een rups heb ingebeeld, maar dat het in werkelijkheid een kolonie mieren is die zich bezighoudt met de dagelijkse dingen des levens. Ze voeren takjes en andere vondsten uit hun omgeving aan en transporteren die zonder verkeersknopen naar hun opslagplaats, elkaar daarbij kruisend en beklimmend, maar allemaal zonder blikschade. Het is een beeld dat me boeit. De onzichtbare sturing, de nooit aflatende dynamiek: het lijkt wel geprogrammeerd met een feilloos script.

In het heetst van de zomer lukt het wel eens om een uurtje te verpozen op een ligbed in de tuin. Gezien de hitte, de felle zon en de ietwat vette zonnecrème, voor één keer zonder notities, tablet of boek in de hand. Gewoon zalig niets doen… Eigenlijk niets voor mij. Het gevoel niets te doen wordt al snel ondraaglijk. Mijn oog valt op enkele mieren die zich doorheen mijn gazon voortbewegen. Ze zijn zwart en veel kleiner dan in die documentaire. Maar hun modus operandi is dezelfde.

Ik besluit ze van naderbij te bestuderen en ga zelfs over tot interactief onderzoek. Met een takje in de hand verstoor ik hun processie en stel ik vast hoe de geprogrammeerde bewegingen zichzelf corrigeren. Mieren die uit het gelid vallen, nemen onmiddellijk met elastische bewegingen terug hun plaats in. Kleine obstakels die ik hen voor de poten werp, worden zonder verpinken omzeild of genegeerd: de cadans lijkt onverstoorbaar.

Ik kom nu in fase twee van mijn occasioneel experiment en besluit zonder nadenken enkele mieren om te brengen. Mijn geweten laat het blijkbaar afweten, ondanks mijn bewondering voor het dier op zich en het fenomeen in het bijzonder. Ik schrijf het toe aan de hitte en aan mijn aangeboren nieuwsgierigheid en onderzoeksdrang. Ook nu er lijken vallen, blijft de groep zich voortbewegen alsof er niets aan de hand is. Enkele mieren nemen spontaan de taak van begrafenisondernemer op zich en transporteren de slachtoffers van mijn gewelddaad onmiddellijk, net als de andere voorwerpen waarover zij zich ontfermen, naar hun centrum dat zich ergens in het droge zand onder mijn terras moet bevinden. Maar nog eens, dat is slechts een detail in dit pointillistische schilderij. De hoofdactiviteiten worden verder zonder aarzelen uitgevoerd. De cadans is onverstoorbaar.

Gelukkig voor de mierenkolonie komt er een fris windje opzetten en schuiven er enkele wolken voor de zon. Ongestoord zonnen lukt niet meer en ik hou er dan ook maar mee op om die mieren te geselen. De tuinman zal ze wellicht eerstdaags met massavernietigingswapens te lijf gaan om het uitbreiden van de kolonie tegen te gaan, maar daar wil ik nu niet over nadenken. Nog meer dan na het zien van die natuurdocumentaire op National Geographic, ben ik geboeid door het fenomeen van de harige rups. De eenheid die zo’n kolonie is, over de grens van leven en dood, is een fantastisch gegeven.

Wij mensen zijn anders ingesteld. Als er iemand doodvalt, staat onze wereld stil. Begrijp me niet verkeerd: dit lijkt me niet meer dan normaal. Maar als iemand een glazen bokaal met appelmoes laat vallen in de winkel… steken wij dan ook onmiddellijk de handen uit de mouwen zoals die mieren? Of gaan we eerst kijken wie we voor ons hebben? Kijken we ook snel even in het rond wie er nog allemaal toekijkt? Vinden we het risico om zelf enkele spetters op te lopen te groot?

En als we een fietser pardoes de gracht in zien rijden… stoppen we dan en maken we rechtsomkeer met onze wagen, of overtuigen we onszelf dat we al net te ver waren om nog te kunnen stoppen? Het houdt me bezig.

Die mieren lijken het (voort-)bestaan van hun soort en hun kolonie in het bijzonder, een hogere waarde toe te kennen dan het leven of de dood van een van hen. Een ongelofelijk sterk groepsgevoel beheerst de kolonie. Wellicht aangeboren, spontaan aanwezig, voorgeprogrammeerd.

Deze gedachte opent samen met de wolken voor de zon, mijn dichtgeknepen ogen. De parallel met ons mens-zijn lijkt me niet zo ver weg. Dat lees ik dan weer in een magazine dat ik intussen ter hand heb genomen. Daarin vraagt een journalist aan een oudere bekende Vlaming of hij bang is om dood te gaan. “Natuurlijk is het geen aangename gedachte,” antwoordt deze, “omdat het leven nu eenmaal nog steeds aangenaam is. Maar nu ik zie dat door mijn inspanningen en die van onze hele samenleving mijn kinderen het goed doen en ik eigenlijk nog weinig voor hen kan betekenen, lijkt het me niet onoverkomelijk om afscheid te nemen.”

Die man had een punt. Afstand doen van eigen individualistische doelen en in plaats daarvan wat ruimer kijken naar zijn gezin, maakt hem tegelijk misbaar maar ook onsterfelijk. Deze houding of denkwijze maakt ons weer deel van een gezin, een groep, een samenleving… Maakt van ons een harige, kronkelende rups, een school vissen die de haai in de war brengt, een groep impala’s die de leeuw kan ontwijken…

De gedachte motiveert me om nog meer tijd voor de kinderen te maken. En misschien ook voor de kinderen van anderen…

Erik Weekers (1969) is zelfstandig bank- en verzekeringsmakelaar. Hij maakte van zijn werk zijn hobby en probeert daarnaast de ‘coolste dad’ en de ‘almost perfect partner’ te zijn. erik@axfin.be

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Basic HTML is allowed. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS

%d bloggers liken dit: