het grote boekexperiment

Wat heb je te bewijzen?

VeerleKoksDe Reus getemd

Het was mid december toen het initiatief werd gelanceerd om met collega’s de Mont Ventoux te gaan beklimmen, in het kader van een jaarlijks Sporta-event. Waarom niet, dacht ik. Ik fiets graag. Zo had ik het jaar daarvoor – eerder per toeval, omdat hij op mijn parcours lag – de Petit Ballon in de Elzas beklommen. Met mijn zware touringfiets nog wel, nauwelijks voorbereid… en dat was me toch gelukt? Plus – zoals wel vaker in de donkerste periode van het jaar – ik wilde iets om mijn tanden in te zetten. Iets om naartoe te leven. Om achteraf trots op te zijn. Een stretch, een uitdaging. Toen ik mijn beste vrienden ook nog overtuigd kreeg om mee te doen, was het snel beslist: we gingen ervoor!

Dat betekende: trainen, trainen en nog eens trainen. Maar deugd dat dat deed! Voor het eerst in mijn leven genoot ik ervan om te lopen, te fietsen, en als ik vroeger mezelf nogal spaarde, deed ik me nu zelfs af en toe wat pijn: extra gewichtje, extra minuutje… Ik visualiseerde die Witte Reus, beet op mijn tanden en ging net weer een beetje verder, harder, dieper. De beloning volgde onmiddellijk: je bloed dat sneller stroomt, je huid die na het douchen heerlijk tintelt, jezelf fysiek moe voelen… Dingen die ik al lang niet meer ervaren had, toch niet zo intens. Het feit dat we dit project samen met een aantal vrienden deden, was hartverwarmend. Ook al trainden we meestal apart, we voelden ons zelden zo verbonden: samen naar hetzelfde doel.

Eventjes dreigde het mis te lopen, toen bleek dat mijn hart toch wel heel snel klopte en een cardioloog (van twijfelachtig allooi) me onmiddellijk aan de bètablokkers wilde. Ik vreesde even dat het daar stopte. Maar ik moest en zou die berg mee opgaan! Toch maar voor een second opinion naar een echte sportarts, die me na een hete middag vol lastige inspanningstests geruststelde: mijn hart was prima, maar mijn sympathisch zenuwstelsel – de zenuwen die je hart aansturen – waren wat overprikkeld. Niet erg op zich – ik zou er niet meteen aan sterven. Mijn hartslag was inderdaad hoog, maar ik mocht voluit gaan. Het was ook geen probleem om een aantal uren te sporten aan een hoge hartfrequentie. Oef.
Ik kreeg een nieuw trainingsschema en begon af te tellen…

Ik had nog zes weken te gaan en nam me voor om drie keer per week de architectuurroute te fietsen: veertig kilometer rond Antwerpen. Onderweg gebeurde iets wat ik niet verwacht had: in plaats van ertegenop te zien, raakte ik gehecht aan deze route. Het werd ‘mijn’ route – mijn moment van bezinning, bijna. Weer of geen weer, ik wou en zou.
En zo kwam de lang verwachte dag eraan. We troffen de laatste regelingen op het thuisfront, pakten in en… vertrokken.

Eenmaal in de Provence aangekomen, waren er alleen nog maar superlatieven: een Chambre d’hotes ‘uit de boekskes’, Zuid-Franse sfeer alom, en vooral: samen zijn met fantastische vrienden. De gedroomde setting voor de ultieme uitdaging.

En dan… D-Day. De zon scheen al volop. In Sault aangekomen, klommen we op onze fiets. Ik genoot van het landschap, de sfeer, de collega’s. Het ging verontrustend goed. Tot aan Chalet Reynard was echt een makkie…
Toen begon het echte werk. De laatste zes kilometers. Het werd puffen, zuchten en kreunen. Het leek wel een scène uit een fantasy-film. Er kwam mist op, het werd steeds stiller, voor en achter je hoorde je de anderen, in hun strijd met De Reus. Velen kwamen zichzelf hier tegen. Het waren lange, trage kilometers. Ik ging diep. Nog één laatste bocht. En dan… de finish! De ontlading. Mijn vriendin die zich in mijn armen gooide. Een mooi stukje emo, voor ons twee onvergetelijk.

Het jaar nadien beklom ik hem nog eens, de kale berg, maar dan langs Bédoin. Nog straffer, de ‘macho-kant’. Het jaar daarna de Stelvio, in Noord-Italië. 48 haarspeldbochten, een zware etappe uit de Giro… Maar ook die kreeg ik klein.

Ik kijk er graag op terug. Maar als ik eerlijk ben, is het niet het bereiken van de top dat me achteraf het meest is bijgebleven. Wel de voorbereidingen, de tocht ernaartoe. Niet het doel op zich, maar het ‘onderweg zijn’, dat is wat echt telt. De verbondenheid met mijn vrienden, de momenten van bezinning op mijn fiets tijdens de vele kilometers, het zalige gevoel steeds sterker te worden… Ik hoef ook geen bergen meer te temmen, besef ik. Ik hoef niets meer te bewijzen – niet aan anderen en ook niet aan mezelf. Eigenlijk hou ik méér van glooiende heuveltjes dan van bijtende cols. Ik wil gewoon een fijne tijd…

Op de top kwam ik erachter dat het helemaal niet om de top gaat. It’s all about the journey and not the destination.

Veerle Koks (1967) is talent coach in de grootste ziekenhuisgroep van Antwerpen. Daarnaast is ze plus-moeder van drie en ging ze vroeger wel eens diep om zichzelf te bewijzen. Nu is ze vooral graag onderweg en geniet ze van de tocht. veerle.koks@gmail.com

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Basic HTML is allowed. Your email address will not be published.

Subscribe to this comment feed via RSS

%d bloggers liken dit: